Kwaliteits-Controle-Bureau

Aanduidingen

In de Europese handelsnormen (EU Verordeningen 543/2011 en 1333/2011) zijn aanduidingsverplichtingen vastgesteld. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen producten met een specifieke handelsnorm en producten vallende onder de algemene handelsnorm. Een aanduiding moet, afhankelijk van het product en type verpakking, verschillende elementen bevatten, zoals land van oorsprong, klasse, sortering, etc. Ook op begeleidende documenten bij zendingen G&F moet bepaalde elementen vermeld worden.
Het KCB heeft een vertaalslag gemaakt van de wettelijke voorschriften naar praktische aanwijzingen voor bedrijven. Welke definities worden gehanteerd? Wat is toegestaan en wat niet? En vooral ook: hoe kan informatie duidelijk en overzichtelijk gepresenteerd worden, zodat er geen aanleiding is tot misvatting of misleiding? Dit alles is opgenomen in de interpretatie aanduidingsvoorschriften G&F, waarin ook illustraties ter verduidelijking staan.

Indien aanduidingen en/of begeleidende documenten niet aan de wettelijke verplichtingen en de voorwaarden in het KCB interpretatiedocument voldoen, zal dit leiden tot afkeuringen en/of het blokkeren van zendingen groenten en fruit.

Actuele ontwikkelingen

  • Begin februari 2016 is een update van de interpretatie aanduidingsvoorschriften G&F gepubliceerd (versie 009).
  • Bij import hanteren we in Nederland tot nu toe een soepele interpretatie van de EU regelgeving: voor het aanduiden van de verpakker/verzender accepteren we in plaats van de volledige NAW gegevens bijvoorbeeld een email-adres of PUC code. Dit blijkt voor bedrijven tot problemen te leiden bij doorvoer naar andere EU lidstaten. Want bijvoorbeeld Duitsland en Engeland accepteren alleen NAW gegevens. Om dit op te lossen is besloten per begin 2016 de Nederlandse interpretatie in lijn te brengen met die van de omringende landen. Voortaan moet er dus altijd een volledig NAW op staan. In veel gevallen is dit al geregeld, maar controleer uw verpakkingen en informeer zonodig uw leveranciers in derde landen over deze verplichting.
  • Recentelijk (januari 2016) hebben we uit verschillende EU lidstaten (o.a. Engeland en Finland) vragen gekregen over KCB nummers en GLN nummers. Volgens de wet mag een dergelijk nummer gebruikt worden, maar moet er een term als “verpakker:” of “sender:” voor staan. Dit blijkt regelmatig te ontbreken en leidt tot verwarring in het buitenland en onnodig oponthoud voor het product. Wij verzoeken u om uw aanduidingen nog eens kritisch te controleren op dit punt en eventueel aan te passen. De KCB inspecteur zal bijsturen als hij constateert dat het ontbreekt.

Hoofdlijnen interpretatie aanduidingen

De interpretatie aanduidingsvoorschriften G&F bevat een complete toelichting op alle verplichte aanduidingen. De belangrijkste punten zijn:


Aanduiding op verpakkingen G&F

1. Aanduiden land van oorsprong
Op iedere verpakking is het aanduiden land van oorsprong van het product verplicht. Vaak wordt vergeten het land vooraf te laten gaan door Land van Oorsprong: ……… of Origine: ……... Dit is verplicht om geen onduidelijkheid te laten bestaan over de daadwerkelijke oorsprong van het product. De term “Herkomst: ….” moet vervangen worden door “land van oorsprong: ….”.

2. Aanduiden verpakker/verzender
Op iedere verpakking is het aanduiden van de NAW gegevens van de verpakker/verzender (naam, adres en woonplaats) verplicht. In bepaalde gevallen is het toegestaan deze gegevens te vervangen door een bij het KCB bekende en goedgekeurde code (bijv. KCB nr, GLN nummer, Skal nr, eigen supplierscode). Deze code moet dan wel voorafgegaan worden door een term als “verp./verz.: …”.

Bij import van groenten en fruit van buiten de EU moet de verpakking altijd de volledige NAW gegevens van de verpakker/verzender uit het land van oorsprong bevatten.

3. Gegroepeerd op één zijde van de verpakking
Aanduidingen moeten gegroepeerd aan één zijde van de verpakking staan. Dus niet verspreid over meerdere zijden van de verpakking, maar in één gezichtsveld.

4. Gebruik palletaanduiding
Iedere colli groenten en fruit moet zijn aangeduid. In een aantal gevallen is een palletaanduiding toegestaan, maar dan moet wel aan bepaalde voorwaarden worden voldaan. Bij product vanuit andere EU lidstaten moet iedere colli zijn aangeduid, tenzij de andere lidstaat ontheffing heeft gegeven en het KCB hierover heeft ingelicht.


Aanduidingen op begeleidende documenten zendingen G&F

Bij ieder zending van groenten en fruit moeten begeleidende documenten zitten, waarop de volgende gegevens staan:

  • Naam product en land van oorsprong
  • Klasse
  • Variëteit (bij appelen, peren, citrus en druif)
  • Industrie (indien product industriebestemming heeft)

Deze informatie geldt voor bijvoorbeeld inkoopbonnen bij inkomende zendingen en ook voor afleverbonnen van uitgaande zendingen. Deze gegevens moeten ook op de bijbehorende facturen van de betreffende zending zijn opgenomen en in de bedrijfsadministratie zijn vastgelegd. Op basis hiervan moet de oorsprong van ieder product te achterhalen zijn.

De begeleidende documenten mogen ook digitale documenten zijn, zolang deze de betreffende zending begeleiden tussen verzender en ontvanger van de groenten en fruit zending en direct opvraagbaar zijn. Op facturen is een verwijzing naar een ordernummer toegestaan, wanneer hiermee een koppeling gemaakt kan worden naar een orderlijst, waarop alle verplichte gegevens van de betreffende zending staan. Het gebruik van ISO landcodes op begeleidende documenten is toegestaan, andere afkortingen voor landen niet.


Heeft u vragen over het KCB interpretatiedocument of wilt u aanduidingen en/of begeleidende documenten laten checken, neem dan contact op het KCB, afdeling Product- & Controlezaken (mail of 088-3088200).